Slikklachten

Bij slikklachten lukt het doorslikken van eten en/of drinken minder goed. Dit vergroot de kans op verslikken of het blijven ‘hangen’ van eten in de mond, keel en/of slokdarm. De meeste slikklachten gaan vanzelf over en hebben geen behandeling nodig van bijvoorbeeld een huisarts, diëtist of logopediste (sliktraining). In andere gevallen, zoals ziekte, is dit wel gewenst. Slikklachten kunnen bij de volgende ziekte voorkomen:

  • spierziekten;
  • na een beroerte;
  • Parkinson;
  • afwijking van de slokdarm;
  • na behandeling van kanker in de mond of keel.

Slikken is een complexe beweging van ons lijf. Om te kunnen slikken zijn de spieren in onze lippen, wangen, kaken, tong, gehemelte en keel nodig. Hiervoor moeten deze spieren nauw samenwerken met zenuwen. Daarnaast worden de neus en luchtpijp voor enkele seconden afgesloten, wanneer er geslikt wordt. Het eten, drinken en/of speeksel kan daardoor veilig naar de slokdarm ‘glijden. 

Slikklachten kunnen ontstaan door 2 verschillende slikproblemen:

  1. Verslikken (eten en drinken komen in de luchtpijp terecht);
  2. Hangen (je krijgt het eten niet goed weg, waardoor het blijft hangen in je mond, keel en/of slokdarm.

Slikklachten

De volgende slikklachten komen voor bij slikproblemen:

  • Hoesten tijdens het eten;
  • Kokhalzen;
  • Een brok in je keel;
  • Verlies van speeksel;
  • Minder zin om te eten;
  • Slechte adem;
  • Angst om te stikken;
  • Vermagering;
  • Uitdroging;
  • Reflux;
  • Het eten kan langer duren;
  • Knoeien tijdens eten;
  • Je stem kan anders klinken na het eten;
  • Longontsteking (wanneer het eten niet goed is opgehoest vanuit de luchtpijp).

De dikte en structuur van eten en drinken kunnen slikklachten bij slikproblemen verminderen of juist verergeren. 

  • Aangepast drinken:
    Kies dranken die dikker zijn of dik dunne dranken in tot de dikte van karnemelk, stroop, vla of pudding. 
  • Aangepast eten:
    Kies voor zacht, smeuïg, gemalen of vloeibaar voedsel. Ook zijn er specifieke producten die de speekselaanmaak bevorderen. 
Slikproblemen kunnen op de lange termijn zorgen voor ondervoeding en/of ondergewicht.

De diëtist kijkt naar jouw lichamelijke behoefte, zoals energie (kcal), eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Op basis daarvan maakt de diëtist een persoonlijk voorbeelddagmenu. Het menu houdt rekening met verschillende slikklachten. Indien slikken en/of kauwen teveel problemen veroorzaakt met normale vaste voeding, kan de diëtist bijvoeding inzetten, zoals drinkvoeding (aangepaste dikte) of sondevoeding. 

  • Als je slikklachten ervaart;
  • Als je een slikprobleem hebt door ziekte/aandoening;
  • Als je kauwproblemen ervaart.