Short bowel-syndroom

Bij het short bowel-syndroom functioneert nog maar een klein deel van de dunne darm. Van de normaal 5 meter lange dunne darm, werkt er dan maar 2 meter of minder. Dit is vaak het gevolg van een operatie of ongeval. 

In de dunne darm worden voedingsstoffen aan het bloed afgegeven. Wanneer de dunne darm grotendeels afwezig is of niet functioneert, kan er een tekort aan voedingstoffen ontstaan. Dit wordt ook wel malabsorptie genoemd. Gelukkig zijn de dunne- en dikke darm flexibel en kunnen ze taken van elkaar overnemen. Een aantal maanden of jaren na de operatie of het ongeval zullen de klachten verminderen.

Bij het short bowel-syndroom kan je zowel op de korte als lange termijn symptomen herkennen. 

De symptomen op korte termijn:

  • Gewichtsverlies of ondervoeding;
  • Regelmatig waterdunne of vettige ontlasting (diarree);
  • Vermoeidheid;
  • Dorst;
  • Vitamine- en mineralentekorten.

De symptomen op de lange termijn:

  • Nierstenen;
  • Galstenen;
  • Botontkalking.

Welk type voeding het meest geschikt is bij het short bowel-syndroom, hangt af van de ernst van de klachten en de lengte van het resterende deel van de dunne darm. Een persoonlijk advies is daarom noodzakelijk. Hieronder volgen een aantal algemene tips.

Waar kan je op letten?

  • Gebruik kleine maaltijden verspreid over de dag. De darmen kunnen namelijk grote hoeveelheden voedsel niet tegelijk verwerken. Eet je wel te veel, dan kan dit meer diarreeklachten veroorzaken;
  • Drink 2 liter vocht per dag, zodat je uitdroging voorkomt;
  • Heb je (ernstige) last van diarree, dan kan het zijn dat je extra zout nodig hebt. Drink in dat geval bouillon of gebruik een ORS-oplossing (poeder opgelost in water met zouten en suikers). Neem hiervoor contact op met de huisarts of diëtist;
  • Doordat de dunne darm kleiner is, kan deze minder goed vet opnemen. Eet daarom niet te veel vetrijk voedsel. Je kan bijvoorbeeld gebruikmaken van producten met middellange vetzuurketens (MCT). Dit is een goede energievervanger voor het gewone vet in de voeding. MCT zitten onder andere in palm(pit)- en kokosolie.

Soms is er extra aanvulling nodig van bepaalde vitamines of mineralen. Ook kan er drinkvoeding of sondevoeding worden voorgeschreven om tekorten aan te vullen. Je kunt dit bespreken met je huisarts of diëtist.

Voeding opbouwen

Direct na een operatie, waarbij een groot deel van de dunne darm is verwijderd, krijg je voeding binnen via de bloedbaan (parenterale voeding). Dit zorgt ervoor dat je snel aansterkt en voorkomt tekorten. Hierna zal je geleidelijk aan overgaan op sondevoeding of drinkvoeding, waardoor de darmen weer op gang komen (worden weer aan het werk gezet).

Bouw met behulp van een voedingsschema en diëtist je vaste voeding op indien dit weer kan. Hierbij kun je rekening houden met de bovenstaande voedingsadviezen.

Een diëtist helpt je bij het krijgen van een volwaardig voedingspatroon. Daarnaast geeft ze je advies over voedingsmiddelen die de darmklachten kunnen verminderen. De ernst van de klacht(en) verschilt per persoon. Zo ook de eventuele tekorten in de voeding. Samen met een diëtist kun je nagaan welke producten voor jou geschikt zijn.

Diarree kan het eten en drinken lastiger maken, waardoor het risico op ondervoeding bestaat. Een diëtist kan je algemene tips geven en samen met jou een persoonlijk dagmenu opstellen.

  • Als je het short bowel-syndroom hebt;
  • Als je binnenkort een operatie ondergaat, waarbij het risico op het short bowel-syndroom aanwezig is;
  • Als je ongewenst gewicht verliest;
  • Als je weinig eetlust hebt en een eentonig voedingspatroon hebt;
  • Als je last hebt van diarree, vermoeidheid en/of andere klachten.