Ondervoeding

Ondervoeding kan op twee manieren ontstaan, namelijk:

  • wanneer je voor een langere periode te weinig eet en drinkt, waardoor het lichaam onvoldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgt;
  • wanneer je lichaam (door ziekte, aandoening of een open wond) om extra energie en voedingsstoffen vraagt.
Kortom: bij ondervoeding ontstaat er een tekort aan energie en voedingsstoffen, wat kan leiden tot een lager gewicht, afname van spiermassa en een slecht functionerend lichaam.

Een ondervoed persoon is lastig te herkennen, omdat ondervoeding niet meteen gelijk staat aan het hebben van ondergewicht. Al leidt ondervoeding wel vaak tot een te laag gewicht.

Criteria voor ondervoeding

 
Een of meer van
deze kenmerken moet aanwezig zijn

Onbedoeld gewichtsverlies: 5% of meer onbedoeld gewichtsverlies in de afgelopen 6 maanden of 10% of meer onbedoeld gewichtsverlies in een periode van langer dan de afgelopen 6 maanden

Laag BMI*

Verminderde spiermassa

Een of meer van deze oorzaken moet aanwezig zijn

 

Tekort aan voedingsstoffen: 1 week meer dan 50% minder gegeten hebben dan de energiebehoefte of meer dan 2 weken verminderde inname of opname of een chronische maagdarmaandoening die inname of opname negatief beïnvloedt

Ziekte of inflammatie (ontsteking): acute ziekte of trauma of chronische aan ziekte gerelateerde inflammatie 


* Een laag gewicht is vast te stellen met de Body Mass Index (BMI). Voor volwassenen tot 70 jaar geldt dat ze een laag gewicht hebben met een BMI van minder dan 20. Ouderen (70+) hebben een laag gewicht bij een BMI van minder dan 22 Voor Aziatische mensen is dit bij een BMI van 18,5 voor mensen jonger dan 70 jaar en 20 bij mensen van 70 jaar en ouder.

Bron: Voedingscentrum

De volgende doelgroepen hebben meer kans op het ontwikkelen van ondervoeding:

  • personen met kauw- en/of slikproblemen en/of smaakverlies;
  • personen met psychologische problemen, zoals angst, depressie en verdriet. Iemand heeft dan geen zin meer in eten. Een gevolg is het overslaan van maaltijden of kleinere porties nemen;
  • personen die zich eenzaam voelen, geen mogelijkheid hebben om eten te kopen en/of te bereiden;
  • personen met vergeetachtigheid of dementie;
  • personen die te kampen hebben met een verslaving. 

Ondervoeding beïnvloedt je gezondheid negatief. De gevolgen zijn onder andere:

  • langzamer herstel na een operatie of ziekte;
  • meer en ernstigere complicaties na een operatie;
  • vertraagde wondgenezing;
  • verhoogde kans op doorligwonden (decubitus);
  • verminderde werking van het afweersysteem;
  • verminderde spiermassa;
  • verminderde hart- en longcapaciteit;
  • lagere kwaliteit van leven;
  • verhoogde kans op overlijden.

Het eten van energie- en eiwitrijke voeding staat centraal tijdens de behandeling bij ondervoeding, zodat het lichaam hersteld. Het is belangrijk dat de energie-inname stap voor stap wordt opgehoogd. Bij een ondervoed persoon verlopen lichamelijke processen namelijk trager. Wanneer de energie-inname in één grote stap wordt opgehoogd, bestaat de kans op het krijgen van het refeeding syndroom: disbalans in de vocht- en elektrolytenhuishouding, wat voor vage lichamelijke klachten kan zorgen. 

De diëtist kijkt naar jouw lichamelijke behoefte, zoals energie (kcal), eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Op basis daarvan maakt de diëtist een persoonlijk voorbeelddagmenu. Daarbij houden we rekening met eventuele slik- en kauwproblemen of smaakverlies. Indien nodig kan de diëtist bijvoeding inschakelen, zoals drinkvoeding.

  • Als je last hebt van een verminderde eetlust;
  • Als je kauw- en slikproblemen ervaart;
  • Als je ongewenst gewichtsverlies ervaart;
  • Als je herstellende bent van ziekte en/of letsel.