Het FODMAP dieet

FODMAP dieet

PDS (prikkelbaredarmsyndroom) is de meest voorkomende chronische darmstoornis. Bij PDS is er sprake van een verstoorde werking van de darmen. De precieze oorzaak hiervan is onbekend. Veel patiënten met PDS hebben baat bij specifieke voedingsadviezen die belangrijk zijn bij PDS. Meer informatie over deze voedingsadviezen kun je vinden op onze pagina over het prikkelbaredarmsyndroom. Bij een bepaalde groep lijkt dit advies echter niet voldoende te helpen. Voor deze groep is het FODMAP dieet ontwikkeld.

FODMAP is een afkorting. Elke letter staat voor een bepaalde groep koolhydraten, waarvan bewezen is dat ze voor klachten kunnen zorgen. Bij mensen met PDS worden deze groepen koolhydraten minder goed opgenomen, wat voor klachten kan zorgen als lucht, obstipatie en diarree. Door minder/geen producten te eten die FODMAP’s bevatten, kunnen je klachten sterk verminderen of zelfs verdwijnen. Uiteindelijk is het niet nodig om alle koolhydraten uit je voeding te elimineren.

De groepen koolhydraten zijn Oligosachariden, Disachariden, Monosachariden en Polyolen.

  • Oligosachariden: fructanen (tarwe, rogge of gerst) en galactanen (peulvruchten);
  • Disachariden: lactose (melkproducten);
  • Monosachariden: fructose (bepaalde soorten fruit, honing en wijn);
  • Polyolen: suiker alcoholen zoals isomalt, maltitol, mannitol, sorbitol en xylitol (zoetstoffen, bepaalde soorten fruit én groenten).

Door het FODMAP-arme dieet te volgen, kijkt de diëtist samen met jou welke voedingsmiddelen je goed en minder kan verdragen. Het dieet gaat als volgt: een aantal weken volg je een zeer streng eliminatie/introductie dieet. Na weken bepaalde groepen koolhydraten niet gegeten te hebben, voeg je 1 ‘koolhydraatgroep’ weer toe aan je voedingspatroon. Hieruit moet duidelijk worden welke voedingsmiddelen klachten veroorzaken.

Het is per individu verschillend hoe je op verschillende soorten koolhydraten reageert. Daarom kan het fijn zijn om samen met je diëtist te onderzoeken welke voedingsmiddelen bij jou klachten geven.

  • Als je vaak last heb van een opgeblazen gevoel en/of winderigheid;
  • Als je een verstoorde stoelgang hebt (diarree en/of obstipatie);
  • Als het eten van een specifiek product klachten veroorzaakt;
  • Als je behoefte hebt aan praktische tips.