Diabetes type I

Diabetes type 1

Bij diabetes type 1 spreken we over een auto-immuunziekte: het afweersysteem valt het eigen lichaam aan. Normaal gesproken ruimt het afweersysteem alleen ziektes, bacteriën en virussen op. Bij een auto-immuunziekte kan ons afweersysteem ook goede cellen vernielen, zoals de insuline-makende cellen in de alvleesklier. Insuline reguleert je bloedsuikerspiegel. Kortom: zonder insuline kan je niet leven. 

Als je diabetes type 1 krijgt, maakt je lichaam geen insuline meer aan. Vanaf dat moment moet je zelf insuline spuiten of een pompje dragen.

Bron: Diabetesfonds

Voorafgaand de diagnose diabetes type 1 kan je voor een korte periode een beroerd gevoel ervaren. Naast het beroerde gevoel, wat mogelijk leidt tot braken, kunnen er andere vage klachten optreden. Deze klachten houden soms maanden aan. 

De volgende symptomen kunnen wijzen op diabetes type 1:

  • veel dorst;
  • veel plassen;
  • afvallen zonder dat daar een reden voor is;
  • ziek en beroerd voelen;
  • veel honger hebben, of juist helemaal niet;
  • wazig zien;
  • misselijk zijn of overgeven.
Bron: Diabetesfonds

Wie diabetes type 1 heeft, moet elke dag zijn/haar bloedsuiker meten en insuline spuiten (of een pompje dragen). Je kunt geen hap eten zonder te berekenen hoeveel insuline ervoor nodig is. Deze ingrijpende handeling herhaalt zich elke dag.

Daarom is het belangrijk te leren in welke producten koolhydraten (suikers) zitten en hoe je zelfstandig koolhydraten kan tellen, zodat je de juiste hoeveelheid insuline kan spuiten. Bij onjuist gebruik van insuline kan je een hyper (te hoge suikergehalte in bloed) of hypo (te lage suikergehalte in bloed) ervaren. Een hypo verhoogd het risico op flauwvallen.

De diëtist kijkt naar jouw lichamelijke behoefte, zoals energie (kcal), eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Op basis daarvan maakt de diëtist een persoonlijk voorbeelddagmenu. Daarnaast helpt de diëtist je bij het leren rekenen van koolhydraten, zodat je de hoeveelheid insuline zelfstandig kan instellen voor iedere maaltijd. 

  • Als je diabetes type 1 hebt;
  • Als je insuline spuit;
  • Als je diabetes type 2 hebt;
  • Als je wilt weten hoe je rekent met koolhydraten;
  • Als je wilt weten hoe je de koolhydraat-inname kan verspreiden over de dag;
  • Als je last hebt van hyper’s en/of hypo’s.