ARFID

Vermijd je voeding vanwege een bepaalde kleur, geur, textuur of smaak en is hierdoor jouw voedselkeuze selectief en beperkt? Dan bestaat de kans dat er sprake is van ARFID. Maar wanneer is er sprake van moeilijk eetgedrag en wanneer is er sprake van ARFID?

ARFID, wat ook wel staat voor ‘Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder’ (=Vermijdende / restrictieve voedselinname-stoornis) is een relatief nieuwe eetstoornis en pas sinds 2013 erkend.

ARFID is anders dan andere eetstoornissen zoals ‘anorexia nervosa’ of ‘boulimia nervosa’. Bij ARFID staat de voeding centraal, in plaats van het gewichtsverlies of het uiterlijk.

ARFID is een voedings-/eetstoornis waarbij je bepaalde voedingsmiddelen vermijd vanwege de textuur, kleur of smaak. Hierdoor ontstaan er voedingstekorten, gewichtsverlies of een afbuigende groeicurve bij kinderen. ARFID kan ervoor zorgen dat je sociaal geïsoleerd raakt, doordat je bepaalde sociale activiteiten (zoals etentjes) probeert te vermijden.

Omdat bij kinderen selectief eten vaak voorkomt, is het belangrijk dat er een goed onderscheid wordt gemaakt tussen ‘moeilijk eetgedrag’ of een stoornis (ARFID). De volgende symptomen passen bij de eetstoornis ARFID. 

  • Je weigert om voedsel met een bepaalde textuur, kleur of smaak te eten;
  • Je kind groeit niet goed;
  • Je hebt weinig eetlust;
  • Je verliest gewicht omdat je te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt;
  • Er ontstaat een tekort aan vitamine en mineralen in het lichaam;
  • Je gewicht neemt toe omdat je voornamelijk ongezond voedsel eet;
  • Je ervaart psychosociale problemen.

Bij ARFID is er (vaak) sprake van meerdere problemen die de eetstoornis stimuleert. Het is daarom van belang dat er niet alleen naar het eetgedrag gekeken wordt, maar dat het totaalplaatje in beeld komt. Mogelijke oorzaken van ARFID kunnen zijn:

  • Allergie of voedselintolerantie;
  • Persoonlijke factoren: hypergevoeligheid in de mond kunnen ervoor zorgen dat bepaalde smaken of texturen sterker worden ervaren;
  • Traumatische ervaring met voedsel: zoals bijv. een verslikking;
  • Ontwikkelingsstoornis;
  • Erfelijke factoren: komen eetstoornissen vaker voor in de familie;
  • Emotionele en relationele problemen: autisme, hechtingsstoornissen of angststoornissen.

De diëtist kijkt naar jouw lichamelijke behoefte, zoals energie (kcal), eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Op basis daarvan maakt de diëtist een persoonlijk voorbeelddagmenu. Daarbij houden we rekening met het totaalplaatje en behandelen we van daaruit verder. Stap voor stap werken we samen met jou, en eventueel het gezien, naar een betere voedingstoestand en een ontspannen relatie met voeding. 

  • Als je het lastig vindt voedingspatronen te doorbreken;
  • Als je weigert voedsel met een bepaalde textuur, kleur of smaak te eten;
  • Als je gewicht verliest, omdat je te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt;
  • Als je in gewicht toeneemt, omdat je voornamelijk ongezond voedsel eet.